|
Wat ging er aan de ramp
vooraf?
Hier gaan we het één en ander over de
vliegtuigen en de bemanning vertellen. Foto's zijn beschikbaar in het fotoalbum.
U kunt natuurlijk alles lezen, maar u kunt ook hieronder aanklikken wat u wilt
lezen
Informatie over het
KLM-toestel
Informatie over het
PanAm toestel
Informatie over de
bemanning van de KLM
Informatie over de
bemanning van de PanAm
Informatie over Tenerife
Informatie over het weer
Waarom landden de
vliegtuigen op Los Rodeos?
KLM-toestel
Bij de ramp op Tenerife waren twee vliegtuigen
betrokken. Beide kisten waren van het type Boeing-747. Eén van de toestellen was
van de Nederlandse luchtvaartmaatschappij KLM. Het andere toestel deed dienst
onder de Amerikaanse maatschappij PanAm. Hier volgt informatie over de beide
vliegtuigen. Allereerst het toestel van de KLM. Dit vliegtuig
was van het type B-747-206B en werd in 1971 vervaardigd door de Boeing Company
in Seattle (V.S.) ‘Rijn’ (de naam van het vliegtuig) stond sinds 10 oktober 1971
onder nummer 1877 ingeschreven in het Nederlands luchtvaartuigregister ten name
van de Koninklijke Luchtvaart Maatschappij te Amstelveen, met de registratiecode
‘PH-BUF’. Een bewijs van luchtwaardigheid was op 13 december 1971 afgegeven en
was na de laatste verlenging geldig tot 13 december 1977. Het vliegtuig was
onderhouden volgens het door de Rijksluchtvaartdienst goedgekeurde
onderhoudsschema. Het laatste grote onderhoud vond plaats in januari 1975. De
laatste periodieke inspectie vond plaats op 18 maart 1977. Op 27 maart 1977 (de
dag van de crash) onderging het vliegtuig een zogenaamde ‘pre flight check.’
Tijdens het ongeval lagen gewicht en zwaartepunt van het vliegtuig binnen de
toegelaten grenzen.
PanAm-toestel
Vervolgens het toestel van de Pan-Am. Dit
vliegtuig (Clipper Victor) was van het type B-747-121 en werd in dezelfde
fabriek gemaakt als die van de KLM, namelijk de Boeing Company in Seattle (V.S.).
Het vliegtuig stond ingeschreven in het Amerikaanse luchtvaartuigregister ten
name van Pan American World Airways Inc. met de registratiecode N736PA Het
vliegtuig had een standaardbewijs van luchtvaardigheid in de categorie
luchtvervoer met een onbeperkte geldigheid, mits voldaan werd aan de
onderhoudsvoorschriften. Het vliegtuig was onderhouden volgens het door de
Federal Aviation Administration goedgekeurde onderhoudsschema. Het laatste grote
onderhoud vond plaats in juni 1976. Op de bewuste dag onderging het vliegtuig
nog een ‘pre flight check’.
Dit was wat informatie over de betrokken
vliegtuigen. Maar wie hadden nou eigenlijk het gezag in de luchtvaartuigen en
hoeveel passagiers bevonden zich erin? Een belangrijke vraag die in het volgende
deel van dit hoofdstuk wordt behandeld. Opnieuw beginnen we met het KLM-toestel.
Aangezien de belangrijkste drie bemanningsleden de grootste rol hebben gespeeld
bij het ontstaan van de ramp, nemen we vooral deze nader onder de loep.
Bemanning KLM
In dit vliegtuig bevonden zich 14 bemanningsleden
en 234 passagiers. De gezagvoerder was Jaap Veldhuyzen van Zanten. Hij is
geboren op 5 februari 1927 te Lisse. Als vliegbestuurder was hij al sinds 1950
in dienst van de KLM. Verder was de gezagvoerder in het bezit van het
vliegbewijs B1-B2, uitgereikt op 19 oktober 1956. Na de laatste verlenging was
deze geldig tot 16 juni 1977. Ook was hij in het bezit van het bewijs
Boordtelefonist. Op zijn vliegbewijs was de typebevoegdheid voor de Boeing-747
gesteld. De totale vliegervaring van Veldhuyzen van Zanten bedroeg 11.700 uur.
Op de Boeing-747 had hij 1.545 uur als gezagvoerder gediend, waarvan 61 uur
tijdens de laatste 30 dagen. Hij was chef-instructeur op het type B-747 van de
KLM. Op 25 januari 1977 werd de laatste "proficiency check" afgelegd. De laatste
vliegmedische keuring door het Nationaal Luchten Ruimtevaart Geneeskundig
Centrum vond plaats op 2 december 1976, met als uitslag ‘geschikt’. Jaap
Veldhuyzen van Zanten stond bekend als een zeer ervaren vlieger. Zo stond hij op
het moment van de crash nog in Holland Herald, het passagiersblad van de KLM.
Hij stond daar als het symbool van betrouwbaarheid. Collega vlieger De Bruin
noemde hem een perfecte vlieger, een goeie kerel en een groot vakman.
De tweede vlieger was Klaas Meurs, geboren op 14
februari 1935 te Opperdoes. Hij was als vliegbestuurder sinds maart 1960 in
dienst van de KLM. Ook Meurs was in het bezit van het vliegbewijs B1-B2. Verder
was hij in het bezit van het vliegbewijs Navigator en van het bewijs
Boordelefonist. Op zijn vliegbewijs was de typebevoegdheid voor de Boeing-747
gesteld. De totale vliegervaring van Meurs bedroeg 9.200 uur. Zijn vliegervaring
op de 747 bedroeg 95 uur waarvan 25 tijdens de laatste 30 dagen. Op 17 januari
1977 werd de laatste ‘proficiency- en kwalificatiecheck’ afgelegd. De laatste
vliegmedischekeuring door het Nationaal Lucht- en Ruimtevaart Geneeskundig
Centrum vond plaats op 29 december 1976, met als uitslag ‘geschikt’. Vlieger de
Bruin over Klaas Meurs: ‘Een heel rustige man, zonder gebrek aan eigenwaarde.
Hij was zeker geen devote volgeling die zijn mond niet zou durven opendoen tegen
de gezagvoerder. Je kon absoluut niet om hem heen. Hij was een prima eerste
officier die heel veel dingen tegelijk kon en moest doen.’
Boordwerktuigkundige van het toestel, Willem
Schreuder, is op 30 augustus 1928 geboren. Hij was in het bezit van de bewijzen
Boordwerktuigkundige en Boordtelefonist. Zijn totale vliegervaring bedroeg maar
liefst 17.031 uur. Op de Boeing-747 heeft Schreuder 543 uur gevlogen waarvan 34
uur in de laatste 30 dagen. Op 2 november 1976 werd de laatste ‘proficiency
check’ afgelegd. De laatste vliegmedische keuring door het Nationaal Lucht- en
Ruimtevaart Geneeskundig Centrum vond plaats op 16 augustus 1976. Deze had als
uitslag ‘geschikt.’ Jan Hagens, collega-boordwerktuigkundige van Willem
Schreuder, werkte verschillende keren als tweede-boordwerktuigkundige onder
Schreuder en leerde veel van hem. Hij kende hem als bijzonder accuraat bij de
uitvoering van de technische inspecties van vliegtuig en motoren voorafgaand aan
de vlucht. Ook bij de bewaking en bediening van de systemen en motoren tijdens
de vlucht en bij het afwerken van de checklists samen met de vliegers, blonk
Schreuder uit in nauwkeurigheid.
Naast deze bemanningsleden bevonden zich er nog
een purser en een assistent-purser in het vliegtuig. Dit waren achtereenvolgens
C.W. Sonneveld en A. Th. A van Straaten. Daarnaast waren er ook nog negen
stewardessen.
Bemanning PanAm
Dit over de bemanning van het KLM-toestel. In het
toestel van PanAm bevonden zich 16 bemanningsleden en 380 passagiers. De
gezagvoerder was Victor F. Grubbs, geboren op 18 mei 1920. Hij was in het bezit
van het vliegbewijs ‘Air Transport Pilot.’ Op zijn vliegbewijs was de
typebevoegdheid voor de Boeing-747 gesteld. De totale vliegervaring van deze
gezagvoerder bedroeg 21.043 uur, zijn ervaring op de 747 bedroeg 564 uur,
waarvan 64 gedurende de laatste 30 dagen. Op 15 november 1976 werd de laatste
"proficiency check" afgelegd. De laatste FAA vliegmedische keuring vond plaats
op 23 maart 1977, met als uitslag ‘geschikt maar moet wel een bril dragen voor
bij- en verziendheid’.
De tweede bestuurder was Robert L. Bragg, geboren
op 14 september 1937. Hij was in het bezit van het vliegbewijs Air Transport
Pilot. Op zijn vliegbewijs was de typebevoegdheid voor de B-747 gesteld. Zijn
totale vliegervaring bedroeg tenminste 10.800 uur. Zijn vliegervaring op de
Boeing-747 bedroeg 2.796 uur, waarvan 43 uur gedurende de laatste 30 dagen. Op
17 januari 1977 werd de laatste ‘proficiency check’ afgelegd. De laatste FAA
vliegmedische keuring vond plaats op 13 januari 1977, met als uitslag
‘geschikt’.
De boordwerktuigkundige van het toestel was
George W. Warns, geboren op 12 december 1930. Warns was in het bezit van het
bewijs van bevoegdheid Flight Engineer met een verklaring van bevoegdheid voor
straalmotoren. Zijn totale vliegervaring bedroeg 15.210 uur; zijn vliegervaring
op de B-747 bedroeg 559 uur, waarvan 52 uur gedurende de laatste 30 dagen. Op 29
december 1976 werd de laatste "proficiency check" afgelegd. De laatste FAA
vliegmedische keuring vond plaats op 25 juni 1976, met als uitslag ‘geschikt’.
De overige bemanningsleden waren twee pursers en elf stewardessen.
Tenerife
Vervolgens laten we u iets weten over de locatie
van het vliegveld, het vliegveld zelf en over de situatie op het vliegveld kort
voor de ramp. Het vliegveld Los Rodeos is gelegen op het eiland Tenerife. Dat is
ook de reden dat het vliegveld vaak Tenerife genoemd wordt. Het eiland maakt
onderdeel uit van de Canarische Eilanden. De start- en landingsbaan 12-30 heeft
een lengte van 3400 meter, en een breedte van 45 meter. De baan was voorzien van
zogenaamde ‘standaardbaanverlichting’, ‘centre line’ verlichting en van een
onderbroken witte streep in het midden van de baan. De ‘centre line’ verlichting
was tijdens het ongeval niet bedrijfsgereed. De taxibaan loopt parallel aan de
start- en landingsbaan en is van de startbaan te bereiken via vier afslagen en
via de wachtgebieden aan beide uiteinden van de baan. De afslag C1 (de eerste
vanaf baankop 12) staat haaks op de start en landingsbaan; de afslagen C2 en C3
zijn geconstrueerd als ‘high speed ’ afslagen vanaf baankop 30, afslag C4 als "high-speed"
afslag vanaf baankop 12. De afslagen zijn niet van enige specifieke aanduiding
voorzien. Relatief gezien is Los Rodeos een klein vliegveld. Destijds gebeurde
het zelden dat er een Boeing 747 landde. Tegenwoordig laat alleen de Spaanse
luchtvaartmaat- schappij ‘Iberia Airlines’ er Boeing 747’s landen.
Weersomstandigheden
Dan iets over de weersomstandigheden. Ten tijde
van het ongeval was het zicht op het vliegveld sterk variërend, zo tussen de 300
en 1000 meter. De oorzaken van dit slechte zicht waren mist en motregen. Dit is
overigens geen uitzondering op Los Rodeos, want met een hoogte van 632 meter
boven zeeniveau en bergruggen in directe omgeving, zijn mist en bewolking meer
regel dan uitzondering. Naarmate de tijd verstreek, zakte de mist in de richting
van Los Rodeos. De windrichting was 330 graden met windkracht vier. We kunnen
dus concluderen dat ten tijde van het ongeval het weer erg ongunstig was.
Bommelding
Tenslotte willen we nog uitleggen waarom beide
Boeing-747’s nu juist op dit kleine vliegveld moesten landen. Beide betrokken
toestellen waren eigenlijk op weg naar het vliegveld Las Palmas. Hier mocht
echter niet worden geland omdat er een bom was ontploft, daarnaast was er sprake
van een tweede bommelding. Beiden werden veroorzaakt door de Mouvement pour l’
Autodetermination et l’ Independance de l’ Archipel Caraniem (MPAIAC). Het
ideaal van de MPAIAC is de eilandengroep terug te geven aan de nazaten van de
oorspronkelijke bewoners. Omdat de Spaanse regering hier niet erg warm voor
loopt, vind deze terreurbeweging het nodig hun mening door aanslagen te laten
gelden. Door deze tweede bommelding werden beide vliegtuigen verzocht te landen
op het nabijgelegen vliegveld Los Rodeos. Voor beide vliegtuigen was dit niet
echt wenselijk. Wat de KLM betreft, het vliegtuig moest nog dezelfde dag terug
naar Amsterdam. Ook had men er al een aantal vlieguren op zitten en de wet van
werk- en rusttijden was onlangs aangescherpt. Zodoende verkeerde de bemanning in
een enigszins vervelende positie. Bij de PanAm had het overgrote deel van de
passagiers al dertien uur in het vliegtuig gezeten. Verder waren het voor het
overgrote deel gepensioneerde mensen. Deze twee vliegtuigen waren echter niet de
enige die hun vluchtroute moesten aanpassen. Talloze vliegtuigen, van groot en
klein formaat, werden verzocht op Los Rodeos te landen. Aangezien het vliegveld
hier niet op berekend was, ontstond er een enigszins gestresste situatie onder
het personeel van het vliegveld.
|